Kaatje: verkleinwoord van de eerste letter van mijn naam. Geboren: Ja hoor! Op 11 februari 1964. Strop: Bijnaam van de Gentenaars, en dus ook de mijne. Mijn mannetje: mijn ventje, de andere helft van mijn trouwboekje. Schanulleke: Evelien, de tiener hier in huis. Herman De Coninck: Mijn favoriete dichter. Archief: Plaats waar mijn oude rommel in bewaard wordt.
Er stond hier ondertussen al een mooie lijst met linkjes. Maar hij werd te lang. En elke dag komen er -hebberig als ik ben- nog nieuwe bij... Dus heb ik ze allemaal ondergebracht op 'de leeslijst'. Tsjek dem out!
Er zit al een paar dagen een verdrietig randje rond de wereld.
Ik probeer er niet al te veel belang aan te hechten, probeer het te zien als het rechtstreekse gevolg van mijn extreme vermoeidheid, maar ik merk dat mijn hersens op volle toeren blijven draaien.
Tranen om wat ik allemaal niet meer kan, tranen om de pijn, tranen om mijn zieke lijf dat niet wil meewerken, maar ook tranen om jou, mijn engelbewaarder…
Als een zombie trek ik vandaag aan het leven voorbij.
Gisteren toets in de Spaanse les, en ik ben daar tegen beter weten in toch maar naartoe gegaan om daar aan deel te nemen. Opgeven staat niet in mijn ‘diccionario’.
Waar ik normaal gezien na een infuus een paar dagen en nachten nodig heb om te recupereren, zat ik gisterenavond dus braaf op te letten in de klas. Of toch een poging daartoe. Rond negen uur ging het licht uit, maar het is mij op de een of andere manier toch nog gelukt om het laatste halfuur van de lestijd uit te zitten.
Vandaag heb ik weer ontzettend veel last van de fysieke kater die ik elke keer weer aan de les over hou, en dat is best confronterend. Maar mijn gevoel bij de test zit wel goed. Misschien is het mij deze keer zelfs gelukt om betere punten te hebben dan Schanulleke. Zij behaalde namelijk op de vorige test een half puntje méér dan ik, en dat heb ik geweten. Dat kan ik toch zo niet laten eej…
“Allé, nog ne keer… een potlood.” “Un lápiz.” “Een tafel.” “Una mesa.” “Een landkaart.” “Una mapa.” “Neeeeeeee….. ’t is UN mapa. Ge zijt weer verkeerd.” “Merde alors! Shit shit shit! Dat is nu elke keer bij ‘t zelfde woord dat ik mis ben.” “Zeg! Nu vloekt ge wel in ‘t Frans en in 't Engels hé. We zijn bezig met Spaans.” “Ja, kweet het. Maar in ’t Spaans kan ik nog nie vloeken.” “Aiaiai caramba.”
En om dat alvast feestelijk in te zetten, ben ik vanmiddag met mijn cursus spaans in de zetel gaan liggen en ongegeneerd voor een dikke drie uur in slaap gevallen…
Ik lees op verschillende blogs dat het deze week de WEEK VAN DE SMAAK is. Nu wil het toeval dat ik enkele dagen geleden de huwelijksmenukaart van iemand te zien kreeg die reeds lang is overleden. Exact twaalf gangen werden er die dag verorberd! De man in kwestie is niet jong gestorven. En ook niet aan een van de moderne welvaartsziekten: overgewicht, te hoge cholesterol, hart- of vaatziekte. Daarbovenop rookte hij als een schoorsteen.
Ach, die goeie ouwe tijd, toen diëtisten nog niet bestonden… Een tijd waar nu nog enkel van kan gedroomd worden…
Onze voorvaders, die wisten tenminste wat feesten was. Want destijds organiseerde men banketten met gemakkelijk 20 gangen.
Het renaissance-ontbijt van onze eigen Keizer Karel bestond uit kip, eerst gekookt in melk met suiker en specerijen, daarna besproeid met koel bier. Daarop volgden dan palingpasteitjes, terwijl andere, even moeilijk verteerbare lekkernijen het morgenmaal afsloten.
Een beetje fijnproever besteedde in de 19e eeuw gemakkelijk vier uur aan een avondmaal. Emil Zola, wiens vrouw uitstekend kon koken, woog ooit 99kg, vooraleer hij er op aandringen van zijn maîtresse weer 15 van verloor. Van perfecte en evenwichtige verstandhouding gesproken: het ene vrouwtje zorgde voor de calorietjes, terwijl de andere ze weer liet wegsmelten als sneeuw voor de zon…
Inmiddels zijn onze eetgewoontes drastisch gewijzigd: een kaas- en wijnavond wordt nu een feest genoemd, een zesgangenmenu krijgt de titel gastronomisch toebedeeld, en zelfs het meest Bourgondische degustatiemenu telt vantegenwoordig maximum tien gangen. Allemaal opgediend in rookvrije ruimtes, terwijl onze BodyMassIndex –alle diëtistenwerk, maagringen en vermagerinsprogramma’s ten spijt- er nu heel wat slechter uitziet…
Wat ik niet luidop zeg, is meestal het belangrijkste. De tijd van het jaar, wat dat met mij doet, wat ik niet kan benoemen. Woorden zijn vaak zo ontoereikend.
Het is een kluwen van gevoelens en gedachten, en ik besef dat ik het allemaal veel te intens beleef. Het is iets dat af en toe terugkomt. Op zo’n momenten lijkt het wel alsof alles tegelijk op mij afkomt, alsof het een golf is die mij overspoelt.
Je kunt niet alles verklaren, niet alles weten, niet alles begrijpen. Het wordt tijd dat ik mij daar eens bij ga neerleggen.
Ik luister naar muziek, en het werkt als een katalysator: zelfs de muziek raakt mij. Ik hoor mensen die mij wijze raad geven. Probeer toch wat afstand te nemen. Het is allemaal zo gemakkelijk gezegd.
Gelukkig heb ik zat dingen te doen. Inhalen van gemiste Spaanse lessen, voorbereidingen voor alweer een toets, elke dag koken, het huishouden draaiende houden. Rationeel bezig blijven. Op die manier proberen zorgen voor de nodige balans. Mijn manier om afstand te nemen: genoeg afleiding zoeken om niet te verdrinken in alles wat mij bezig houdt, in mijn eigen gevoelens en gedachten.
Ik zou mijn melancholie willen afschudden. Misschien moet ik eens beginnen met te proberen om wat ik nooit luidop zeg eens uit te spreken…
Mijn binnenste ligt overhoop. Niet dat het fysiek nog altijd zo slecht gaat als vorige week hoor, integendeel: ik voel mij stukken beter na die spuit, kan zelfs weer een stukje wandelen.
Maar vannacht had ik iets heel raars aan de hand.
Ik heb allemaal mensen teruggezien die dood zijn, mensen die mij zijn ontvallen, die mij dierbaar waren. Ik heb met hen gepraat, we hebben samen in een tuin gewerkt, en we hebben gelachen. Maar toen veranderde op slag de sfeer, verjoegen ze mij weer en ben ik wakker geworden.
Mijn bezoek aan hen leek zodanig echt, dat ik het eerste moment even niet wist waar ik was.
Nu overkomt het mij wel vaker dat ik droom over mensen die er niet meer zijn, maar dit leek anders. Ik durf het haast niet zeggen, maar even was ik één van hen. Ik durf het hier ook niet luidop uit te spreken, heb geen zin om mijn mannetje nodeloos ongerust te maken of voor gek te worden versleten, maar het lijkt wel alsof ik vannacht heel even dood ben geweest.
Dromen zijn bedrog, ik weet het.
Eerst had ik zin om er om te huilen, maar nu weet ik het niet meer, ben er een beetje door van slag. Ik zou graag iemands armen rond mij willen voelen, maar vraag mij af of ik die momenteel wel kan verdragen…
Schanulleke heeft een nieuwe leraar Duits. Mijnheer schijnt er nogal een speciaal gevoel voor humor op na te houden…
Toen alle leerlingen gisteren binnen waren in de klas, zei hij tegen de laatst binnenkomende: “Alle Joden zijn binnen. Doe de deur maar toe, zodat het gas niet kan ontsnappen.”
Nu dacht ik van mijzelf dat ik een gezond gevoel voor humor had, en dat ik redelijk wat kon hebben, maar dit vind ik toch wel een beetje uhm… tjah…
Sinds enkele weken is Schanulleke officieel babysitter bij de BOND VAN GROTE EN JONGE GEZINNEN. Gisteren had ze haar eerste opdracht…
Eerst aarzelden wij nog, want tot halftwaalf zo midden in de week vonden wij toch wel wat lang. Maar na lang zeuren, en op voorwaarde dat ze van de sterke drank afbleef, niet naar +16 video’s keek, geen chips bij die mensen in hun zetel morste, haar vriendje niet uitnodigde en geen pizza bestelde op naam van de buren, mocht ze.
Tsssk… Ouders!
Om halfzeven stipt werd er gebeld en deed ik open. Een hels gekrijs kwam mij tegemoet en ik zag een klein mensje met lang groen haar dat op de achterbank van de auto ferm van haar tajetten aan het geven was. Ik schrok een beetje, maar de moeder lachte. “Is niet erg hoor, dat is mijn dochter, zo doet ze altijd als er een babysitter moet komen thuiswachten.”
“Geweldig!” dacht ik, en keek angstvallig vanuit mijn ooghoeken naar Schanulleke, die op haar beurt vanuit ons deurgat het groene kind in de gaten stond te houden. Inmiddels was de kleine er in geslaagd om zich los te maken uit het kinderzitje en haar hoofd tussen de bestuurderszetel en de zijkant van de auto naar buiten te wurmen.
De mama lachte mild. “Ach, dat dochtertje van mij”, zei ze vergoelijkend. Ergens in het donker weerklonk nu een gekrijs als van een hysterische tijgerkat. Het kleintje begon het blijkbaar wat op haar heupjes te krijgen.
“Jij bent dus Schanulleke!” sprak de moeder met luide stem, proberend om het gekrijs te overstemmen. “Als we thuiskomen heeft ze een luier nodig, want om te slapen gebruikt ze…”
“Dat doe ik wel.” Zei Schanulleke, en installeerde zich ondertussen gedecideerd op de achterbank naast de kleine, die op slag kalmeerde en druk met Schanulleke’s haar begon te spelen.
“Ach, die kleine van mij. Ze wil altijd maar kappertje spelen met de babysitters, maar er zijn er maar weinigen die het toelaten. We brengen uw dochter rond halftwaalf veilig terug thuis, dat beloof ik u.”
De hele avond wachtte ik ongerust op de thuiskomst en het verslag van mijn dochter.
Om halftwaalf stipt kwam ze thuis. De kleine had zich rustig laten wassen, had met haar naar een paar afleveringen van Bob de Bouwer gekeken, had met de auto’tjes gespeeld, en na een verhaaltje-voor-het-slapengaan was ze rustig in haar bedje gaan liggen en in slaap gevallen.
Schanulleke heeft nog maar eens bewezen dat ze gemaakt is om met kleine kinderen om te gaan. En ik, ik had mij zoveel zorgen niet moeten maken en meer vertrouwen hebben in het kunnen van mijn dochter.
Vanavond helaas weer geen Spaanse les voor mij. Gelukkig kan Schanulleke mij up-to-date houden en lukt het mij misschien toch om zo bij te blijven. Gisteren een dagje kliniek gehad en een shot prednison in mijn heup gekregen. Hopelijk gaat het daardoor gauw weer beter en kan ik vlug weer deelnemen aan het leven. Ondertussen is het hier: proberen bekomen en recupereren.
Toch maar even naar de huisarts met dat pijnlijke lijf van mij.
Wanneer ik in de wachtzaal zit, zie ik een oudere vrouw kuchend en puffend binnenkomen. Daar gaat een gesprek van komen denk ik. En ja hoor, van zodra ze is neergeploft, begint ze.
Dat ze al zeker vier keer geopereerd is, maar nu keelpijn en oorpijn heeft. Dat ze nog nooit zo ziek is geweest als nu het geval is, en dat ze hoopt dat we niet al te lang moeten wachten. Ze vraagt mij of ik ook met keelpijn ben gekomen.
Ik kijk haar aan, doe mijn best om op de ongemakkelijke stoel te blijven zitten, en slik. Ze stelt haar vraag opnieuw, ik schud mijn hoofd. Ze zegt dat ze dat dacht omdat ik precies moeite heb met slikken. Ik zeg dat ze zich vergist.
Dat ze vier kinderen heeft en genoeg kleinkinderen zegt ze. Is ’t echt? Antwoord ik, in een poging om er geïnteresseerd uit te zien, ondertussen mijn pijn verbijtend. Ja, zegt ze, genoeg, daarna even afwachtend of ik ook nog ga vragen hoeveel, maar als mijn vraag niet komt, vertelt ze spontaan dat er twee tweelingen tussen zitten, en dat ze er in totaal tien heeft.
Ze blijft maar doorbabbelen, of ik nu reageer of niet. Pas wanneer ik niet meer kan blijven zitten en ga rondwandelen in de wachtzaal, gaat ze in zichzelf wat verder zitten mompelen.
Ik ben ontzettend opgelucht als ik bij de huisarts naar binnen mag, en ik haar eindelijk kan zeggen dat het niet goed met me gaat.
Een halfuurtje en een bloedafname later begeef ik mij naar huis met mijn nu officieel ontstoken heup en bekken. Ik zucht omdat ik maandag nog maar eens naar het ziekenhuis moet voor de zoveelste botscan en een afspraak bij mijn specialist. Leg even mijn hand op mijn rechterbeen, en wou dat ik mijn hele rechterkant kon laten amputeren en vervangen door nieuwe onderdelen. Wou dat ik naar kleine zus kon rijden en mij naast haar in de zetel kon nestelen.
Het gaat niet goed, echt niet, en ik heb even een arm nodig rond mijn schouder. Meer niet…
Neen, niet met collega’s ergens in de Ardennen gezellig vlotten bouwen en van de ene boom naar de andere zwieren, maar hier thuis. Watertrappelen. Mijn hoofd boven water proberen houden, en heel hard hopen dat ik niet volledig crash.
Ik zit sinds vorige week met een opstoot die kan tellen. Zitten en liggen (en dus ook slapen) gaan moeilijk, staan en stappen nog net. De pijn klauwt wild om zich heen in mijn rechterheup en mijn bekken. Vergelijk het met een radio die ergens loeiend hard verschrikkelijke muziek staat te braken, maar de knop om ‘m stiller te zetten is zoek.
En toen...
Toen het mij de beste optie leek om ergens een heel diep gat te graven en er te gaan in liggen, ging ik toets maken voor de Spaanse les. Om vier uur een verse pleister geplakt tegen de pijn, dus nog een beetje high ook. Ik had er geen goed oog in.
En toch…
Denk ik dat ik het er goed vanaf heb gebracht. Alleen had ik bij één zin totaal geen idee meer wat er stond. Voor de rest denk ik dat ik de meubelen redelijk goed heb weten te redden. Oef. Na de toets nog even geprobeerd om de les verder te volgen, maar het werd zwart voor mijn ogen, ben dus maar naar huis teruggekeerd. Survivalen kan ik beter thuis doen...
*Update* Krijg net een mailtje van profesora María dat ik 35,5/40 behaalde op mijn toets. Ga er vlug effe mijn krukken bijhalen om een rondedansje te maken. Whoehoehoewww!!!
“Morgen om twee uur kom ik om een taske koffie.” "Euh… ik zal eerst wel efkes bellen of het gaat." “Waarom? Scheelt er iets?” "Neen hoor, maar ik beleef niet echt mijn beste dagen, dus ik weet nog niet of het morgen gaat lukken." “Hoezo? Wat scheelt er dan??”
*stilte*
"Je weet toch wat ik mankeer?" “Ja, natuurlijk wel, maar ik wil ook dat het gewoon goed met je gaat.”
Het zou natuurlijk ook leuk zijn moest er opeens een miljoen euro’s uit de lucht komen vallen hé.
Och, ik weet het wel hoor, het is allemaal vriendelijk bedoeld. Maar soms krijg ik er echt het heen en weer van als iemand mij voor de honderdste keer vraagt: “Ben je nu al genezen?”
Niet door vreemde mensen gevraagd hoor, maar door mensen die weten dat ik chronisch ziek ben, en ondertussen toch al zouden mogen weten dat de term “chronisch” ook inhoudt dat dit iets voor de rest van mijn leven is.
Je vraagt toch ook niet aan iemand die een been mist of het al een beetje aan het teruggroeien is?
Vrij 3/4: VTM 20.40: Charlotte's Web Za 4/4: Ned2 22.45: Hotel Rwanda Zo 5/4: Canvas 21.55: Cidade de Deus Ma 6/4: Ned2 22.50: NCRV Dokument: Gedeelde kinderen - Estee, Eva en Bloem Di 7/4: Canvas 22.10: Stijn en het heelal: De ruimte (1/6) Woe 8/4: Canvas 23.30: Fahrenheit 9/11 Do 9/4: Ned2 22.50: The Passion