Kaatje: verkleinwoord van de eerste letter van mijn naam. Geboren: Ja hoor! Op 11 februari 1964. Strop: Bijnaam van de Gentenaars, en dus ook de mijne. Mijn mannetje: mijn ventje, de andere helft van mijn trouwboekje. Schanulleke: Evelien, de tiener hier in huis. Herman De Coninck: Mijn favoriete dichter. Archief: Plaats waar mijn oude rommel in bewaard wordt.
Er stond hier ondertussen al een mooie lijst met linkjes. Maar hij werd te lang. En elke dag komen er -hebberig als ik ben- nog nieuwe bij... Dus heb ik ze allemaal ondergebracht op 'de leeslijst'. Tsjek dem out!
Deze morgen heb ik het gedaan. Na wekenlang van twijfelen en aarzelen tussen medelijden en ergernis, heb ik vanmorgen de moed gehad om er resoluut en onomkeerbaar een einde aan te maken. Meedogenloos heb ik de triestige, zielige en nu blijkbaar ook door ongedierte geteisterde sierstruik die naast onze brievenbus staat, zowat met de grond gelijk gesnoeid. Of toch zo goed als.
Niet dat ik niet van de struik hou, want in de zomer komen er normaal gezien prachtige roze bloemetjes op. En al ben ik de naam vergeten, ik vind het een prachtige struik. Ik heb er zelfs romantische herinneringen aan: hoe ik hem ooit in een bloempot tussen mijn benen in ons veel te kleine auto’tje mee verhuisde naar onze huidige woonst en mijn mannetje hem vervolgens met veel liefde en toewijding op zijn nieuwe plaats naast de brievenbus plantte.
Maar door de strenge afgelopen winter, heeft hij wekenlang staan twijfelen tussen leven en dood. Ik heb die verscheurende keuze dus nu voor hem een stuk gemakkelijker gemaakt. De schaar er in. En drastisch ook.
Manlief kreeg nog net geen appelflauwte toen hij de weekendkrant uit de brievenbus ging halen en merkte wat er met zijn troetelkind was gebeurd. Wist ik veel dat hij elk weekend extra liefde en zorg had besteed aan onze wegkwijnende patiënt. Dat hij er elke keer heel zorgzaam en oplettend was omheen gereden met de grasmaaier. Maar zelfs àls ik het had geweten, dan had ik het vast nog altijd als een kwestie van palliatieve goede daad gezien.
Ik voel geen greintje wroeging over mijn harde aanpak. Geen sikkepit spijt heb ik. Maar om de huiselijke spanning niet ten top te drijven, goot ik na de rigoureuze snoeibeurt toch voorzichtig een hele gieter regenwater rond hetgeen er nog overschiet van de ter ziele gegane plant, zijnde een paar belachelijke stokjes met hier en daar toch nog iets wat op een jong scheutje lijkt. Misschien dat er binnen enkele weken toch nog een pracht van een bloeiende struik uit spruit…
Zomaar midden in de week met het hele gezin een extra vrije dag. Met koffie en zelfgebakken rabarbertaart buiten op het terras. Meer moet dat wat mij betreft, echt niet zijn.
Soms gedraag ik mij als een eend, en kan ik vrij goed alles gewoon van mij af laten glijden, het water in. Mijn trappelende pootjes ijverig onder mij, onder het wateroppervlak.
Ik doe ook wel vrij vaak alsóf ik een eend ben, en in het geval dat mensen mij kwetsen door bepaalde opmerkingen te maken, komt dat haast altijd door de reactie van mijn ventje. “Trek u dat toch allemaal niet zo persoonlijk aan”, zegt hij dan heel wijs. Hij, die bijna altijd de rust zelve is.
Maar soms zak ik door bepaalde gebeurtenissen als een baksteen naar de bodem van het meer. Als ik dan heel diep onder het wateroppervlak zit, komt er vroeg of laat toch altijd een moment waarop het eendje in mij zó hard zijn best moet doen om terug boven water te geraken, dat het op een bepaald moment daardoor een staart krijgt, en lange manen, en grote tanden.
“Heel goed”, zegt mijn echtgenoot dan tevreden. Behalve dan in die gevallen waarbij er tegen hem gebruld wordt in plaats van tegen de rest van de grote boze wereld.
Na mijn gebrul en gehuil ga ik uitgeput neerliggen. Hopende dat er onderweg niet te veel verscheurd werd, en ik trappel vervolgens weer braaf met mijn eendenpootjes, mijn best doend om deze keer boven water te blijven.
Soms zou ik eens met God, of wie of wat er ook is, een babbelke willen maken. Efkes samen op een wolk, en dan zou hij mij mogen uitleggen wat de zin is van dit alles. Soms zou ik gewoon willen weten ‘waarom ik’.
Ik voel de tranen achter mijn ogen beginnen prikken naarmate ze verder gaat met haar onderzoek en met haar uitleg. Ik hoor wel wat ze zegt, en ik stel ook vele vragen, maar toch komen er per minuut honderden vraagtekens bij.
Ze blijft de hele tijd rustig, legt me de voor- en tegens uit, legt me uit dat het zelfs met een zware operatie nooit meer allemaal goed kan komen.
Ik hoor allerlei medische termen voorbijkomen waarvan ik ondertussen al langer weet dat ze bij mijn lijf horen. Ze zegt dat ze ondanks alles toch blij voor me is dat ze tenminste wat aan de verkramping kan doen, en ik krijg meteen ook een datum waarop ik mijn volgende baxter mag halen. Maar tegelijkertijd legt ze ook uit dat ze nog bijkomende onderzoeken nodig heeft om echt zeker te weten vanuit welk niveau de druk nu eigenlijk het grootst is op mijn zenuwen en mijn spieren.
Ik knik beduusd, trek een beetje wit weg bij de stortvloed aan informatie, maar probeer me toch groot te houden. Een onderzoek meer of minder, nog langer de twijfel, het maakt heus niets uit. Ik voel me ontzettend kwetsbaar, maar probeer me over mijn angsten heen te zetten. Het hoort er bij, en ik wil vooral niet dat ze de indruk krijgt dat ik een lastige patiënt zou zijn.
“Alles komt altijd in orde”, fluistert mijn Engelbewaarder ’s avonds, terwijl de tranen over mijn gezicht stromen.
Voor de eerste keer in mijn leven spreek ik hem tegen. Het komt niet meer in orde. Nooit meer…
“Nog één nacht slapen”, zei ik gisterenavond opgelucht tegen mijn lieve echtgenoot toen we in bed lagen, “en dan weten we eindelijk of ik moet geopereerd worden of nog verder moet afwachten.”
Dat had u gedacht.
Rond tien uur deze voormiddag kreeg ik telefoon van dokters’ secretaresse die mij vriendelijk liet weten dat het onderzoek niet kon doorgaan omdat de dokter ergens dringend naartoe moest.
“Het wordt verplaatst naar morgenmiddag 13u”, zei ze zonder hakkelen noch blozen.
Ach, het hangt al tien jaar boven mijn hoofd, dus op dat ene nachtje méér zal het nu ook wel niet aankomen.
Aardappeltjes met rozemarijn, flesje gekoelde Cava, ijsbergslaatje met tomaat, gambabrochetjes, een brazade-mix, af en toe het zonnetje, en een streepje klassieke muziek.
Mannetje is druk bezig met de voorbereidingen aan een bbq’tje voor mijn moederdag. And I’m Loving’ It!
Als kind had ik een enorme schrik voor de boeman, maar naar mijn huidige tandarts ga ik bij wijze van spreken haast met plezier. Ze is zowat de vriendelijkste tandarts van het land.
Maar om de een of andere reden schept ze er een genoegen in om haar vragenronde te beginnen nadat het zuigslangetje en de instrumenten zich al in je mond bevinden. Het levert vaak hilarische conversaties op.
Nu moeten jullie weten dat ik naast de vriendelijkste tandarts van België ook zowat het slechtste gebit heb van het land. Er gaan niet zoveel bezoeken voorbij zonder dat er geboord moet worden. Gelukkig was dat deze keer niet het geval.
Tandsteen heb ik elke keer, daar schijnt weinig aan te doen. Ik schijn er een soort aanleg voor te hebben, want mijn mannetje en Schanulleke hebben er duidelijk veel minder last van. Nu is tandsteen laten verwijderen niet echt leuk, maar er bestaan ergere dingen in het leven.
Mijn bezoek aan de tandarts verloopt dus altijd erg voorspelbaar. Ik zet mij in de wachtplaats, en enkele minuten later komt ze mij halen. Ik neem plaats in de stoel (met mijn benen opgetrokken, want plat in de stoel blijven liggen lukt niet omwille van mijn rug), en nadat er wat slangetjes in mijn mond werden geplaatst en ze begonnen is met het verwijderen van de tandsteen, begint ze meteen ook aan haar vragenronde.
“Hoe gaat het met Evelien?”
Ik steek mijn duim in de lucht, ten teken dat met Evelien alles prima verloopt, maar daar is mevrouw de tandarts niet mee tevreden.
“Is ze het al gewoon op haar nieuwe school?”
Enthousiast van “ja!” knikken terwijl uw tandarts tandsteen aan het verwijderen is, is geen optie, dus ik steek opnieuw mijn duim in de lucht…
Er komen nog een hele reeks andere vragen waarbij ik mij met gebaren uit de slag kan trekken, maar dan opeens komt de vraag die ik eigenlijk al bij binnenkomen had verwacht: “en naar waar zijn jullie op reis geweest?” (ik moest mijn oorspronkelijke afspraak namelijk verleggen omdat die toevallig op de dag lag dat we terug naar huis kwamen van Barcelona). Dus ik antwoord enthousiast: “We wij wa Wawewowa wewees!”
Geen verdere vragen meer hierna, ik vermoed dat mijn antwoord en het bijbehorende geproduceerde kwijl haar voldoende waren. Of ze vraagt zich nog altijd af waar in Godsnaam “Wawewowa” ergens ligt, dat kan natuurlijk ook.
Na de behandeling kreeg ik meteen al een afspraak mee voor binnen een half jaar, dit keer voor het hele gezin. Maar eigenlijk had ik liever een snoepje gekregen omdat ik zo flink was geweest. Suikervrij zou toch moeten kunnen?
En dan komen in dezelfde week je belastingsbrief en je brandverzekering toe, heb je een afspraak bij de tandarts, blijken op vrijdag plotseling ook nog eens de bussen te staken zodat je je dochter ’s morgens naar school moet brengen en ’s avonds terug moet halen, heb je fysiek gewoon een KAA UUU TEE-week, en loop je met de minuut meer en meer op de toppen van je tenen voor het onderzoek dat je op 11/5 moet ondergaan en dat over zoveel gaat beslissen.
Zo’n week dus. En we zijn nog maar net over halfweg…
Ik lag met een paar overrijpe (zeg maar zwarte) bananen in de fruitmand. En wat doet een beetje huisvrouw daar dan mee? Juist. Ze verwerkt ze in milkshakes, of in zelfgebakken brood, of ze bakt er bananencakejes mee.
Dat laatste, dat was wat ik er mee wou gaan doen. Dus ik stond zaterdag al vroeg in mijn keuken, woog de juiste hoeveelheden boter, suiker, zelfrijzende bloem af, zette de eieren klaar, nam een bordje om de banaan met het citroensap en de yoghurt te pletten… om tot de vaststelling te komen dat de bananen waren verdwenen.
“Mànnen!!” riep ik witheet uit, want ik verdacht er mijn overijverige exemplaar van om de bananen naar de composthoop te hebben doen verdwijnen. En ja hoor, heel onschuldig maar bedremmeld stond hij mij aan te kijken.
“Die bananen waren toch rot??” “Die zijn niet rot, die zijn gewoon overrijp. En om cake mee te bakken kan je geen betere hébben!” “Maar koop dan straks in de winkel toch gewoon àndere bananen??” “Néééééé, je begrijpt het niet hé?? Die cake is véél lekkerder met die zwàrte bananen!!”
Afijn, mijn probleem bleef hetzelfde. Alle ingrediënten stonden keurig afgewogen klaar… maar dan zonder de bananen.
Een beetje huisvrouw heeft de dag van vandaag gelukkig ook Facebook ter hare beschikking. Ik beschreef er dus mijn probleem, en kreeg fluks van IEMAND de mogelijke oplossing. “Haal die bananen gewoon weer uit de GFT-bak, hun schil zit er toch nog aan.”
Wel ja, dacht ik, waarom eigenlijk niet. Maar al na één blik in de GFT-bak verging mij de goesting om er op archeologische ontdekking in te gaan. Bovenop de bananen had zich al heel wat ander keuken- en tuinafval verzameld.
Weer naar Facebook.
“Gebruik tuinhandschoenen”, was de tip die ik van nog IEMAND anders kreeg.
En zo geschiedde. Ik haalde de tuinhandschoenen uit het schuurtje en gaf de dader de opdracht om de bananen te recupereren uit de GFT-bak. “Bij mij gaat niéts verloren, wa’s dà nu!” Gooide ik er als argument nog achteraan.
En zo gebeurde het dus dat ik zaterdag voor mijn gezin cakejes bakte met bananen uit de GFT-bak. En lékker dat ze waren! Nog nooit vanzelangeleven nog niet zo’n lekkere cakejes gebakken!
Eerst is er een stukje sfeervolle klassieke muziek, en dan komt onze dochter binnen met bubbels en hapjes. Luid applaus door ons, de feestvarkens van vandaag, want we zijn vandaag 19 jaar getrouwd, en we staan glunderend en genietend met het frisse parelende glas in onze handen.
Efkes moet ik gaan zitten, steunend met mijn handen in mijn rug. “Zal wel de jeugdigheid zijn”, concludeer ik. “Ik merk dat ik getekend ben door het leven, maar jij bent nog niets veranderd, je bent nog altijd even fris en slank als toen!” Zeg ik vleiend tegen mijn mannetje.
Luid applaus van onze dochter.
Ik kom tot de conclusie dat mijn ventje echt nog haast geen spat is veranderd. Behalve dan enkele haren die hij in al die jaren is verloren. Ik daarentegen, ben duidelijk al twintig kilo getrouwd.
Na de klassieke intro is het tijd voor de slow. “Mag ik deze dans, jongedame?” Hoor ik mijn ventje verliefd vragen. “Ik weet niet of ik nog wel in je armen ga passen, ik ben in al die jaren een beetje zwaarder geworden omdat ik vol liefde zit”, antwoord ik met volle overtuiging.
En toen, op de laatste dag van onze vakantie, nadat we al heel veel moois hadden gezien en al ontelbare keren bewonderende “ohhh’s!” hadden gefluisterd, kwam er –wat mij betreft dan toch- het allermooiste van onze citytrip aan: Casa Batlló.
Het huis werd, net als heel wat van al dat andere fraais in Barcelona, ontworpen door Antoni Gaudí. In zowat het hele huis is geen enkele hoek te vinden. Alles is golvend en afgerond, zoals de golven van de zee. Zowel overdag als ’s avonds, wanneer het verlicht is, een sprookje.
Dat onze reis ontzettend is meegevallen, mag tot slot nog blijken uit de reactie van mijn mannetje. Een grotere huismus als hij bestaat er niet, en toch wist hij mij direct na onze landing in Zaventem te verbazen met de belofte dat hij nog veel méér op reis wil gaan. Dus bij leven en welzijn staan er ons nog heel wat leuke avonturen te wachten in de toekomst…
Vrij 3/4: VTM 20.40: Charlotte's Web Za 4/4: Ned2 22.45: Hotel Rwanda Zo 5/4: Canvas 21.55: Cidade de Deus Ma 6/4: Ned2 22.50: NCRV Dokument: Gedeelde kinderen - Estee, Eva en Bloem Di 7/4: Canvas 22.10: Stijn en het heelal: De ruimte (1/6) Woe 8/4: Canvas 23.30: Fahrenheit 9/11 Do 9/4: Ned2 22.50: The Passion