Het allerbelangrijkste
op 27-06-2009
Een man duwt bezorgd zijn vrouw door het ziekenhuis. Ik merk dat ze net als ik de bordjes Neurologie volgen, en ze nemen plaats in de wachtruimte met de ongemakkelijke zitjes nadat ze zich -net als ik-, keurig hebben aangemeld bij de secretaresse van de Neurochirurg.
Met een uurtje vertraging word ik binnengeroepen bij de dokter. Het is niet de eerste keer dat ik er kom. Ik merk dat hij sinds mijn vorige bezoek behoorlijk wat grijzer is geworden, maar hij zou nog altijd zó kunnen meespelen in mijn lievelingsfeuilleton ER, naast Georges Clooney. Hij straalt vriendelijkheid uit, en hij is duidelijk. Eindelijk iemand die meteen doordringt tot de kern van mijn probleem. Ik ben content.
“Kijk Kaat”, zegt hij, “ik ga eerlijk met je zijn. Ik kan je opereren, en zal dat op langere termijn tenslotte ook ooit eens moeten doen. Maar de kans dat je andere aandoeningen exponentieel nog gaan toenemen na een operatie is zeer groot. Het zou dus heel goed kunnen dat het voordeel dat we halen uit een operatie meteen wordt teniet gedaan door de mogelijke nadelen. De kans dat je nog minder mobiel wordt dan je nu al bent, is dus groot. Je zenuwen worden gehinderd en constant geïrriteerd, maar uitvalsverschijnselen heb je gelukkig nog altijd niet. Zolang er ook nog menselijke dagen tussen zitten, zou ik dus opteren om nog te wachten. Als het echt niet anders meer kan, zullen we het risico uiteindelijk toch moeten nemen, maar nu zou ik het nog niet doen.”
De dokter vertelt mij eigenlijk niets nieuws, en toch schrik ik er weer van. Wat moet ik mij voorstellen bij nóg minder mobiel? Voortgeduwd worden in een rolstoel door een bezorgde echtgenoot? En wat verstaat hij eigenlijk onder menselijke dagen? Momenten zonder pijn ken ik al tien jaar niet meer. Mijzelf wassen en aan- en uitkleden, worden met de dag moeilijker, en zijn op sommige dagen zelfs al niet meer mogelijk. Gelukkig is er nog mijn elektrische fiets (al gaat ook dat fietsen mij alsmaar moeilijker af), en schijnt af en toe de zon.
Wanneer ik thuis kom en verslag uitbreng over de consultatie, spreekt mijn ventje, die de dag ervoor te horen kreeg dat hij ander werk moet gaan zoeken, wijze woorden. “We hebben elkaar nog Kaat. En dat is nog altijd het aller, allerbelangrijkste”…
PijnEnGedoe
Reacties: (12)
-
Met een uurtje vertraging word ik binnengeroepen bij de dokter. Het is niet de eerste keer dat ik er kom. Ik merk dat hij sinds mijn vorige bezoek behoorlijk wat grijzer is geworden, maar hij zou nog altijd zó kunnen meespelen in mijn lievelingsfeuilleton ER, naast Georges Clooney. Hij straalt vriendelijkheid uit, en hij is duidelijk. Eindelijk iemand die meteen doordringt tot de kern van mijn probleem. Ik ben content.
“Kijk Kaat”, zegt hij, “ik ga eerlijk met je zijn. Ik kan je opereren, en zal dat op langere termijn tenslotte ook ooit eens moeten doen. Maar de kans dat je andere aandoeningen exponentieel nog gaan toenemen na een operatie is zeer groot. Het zou dus heel goed kunnen dat het voordeel dat we halen uit een operatie meteen wordt teniet gedaan door de mogelijke nadelen. De kans dat je nog minder mobiel wordt dan je nu al bent, is dus groot. Je zenuwen worden gehinderd en constant geïrriteerd, maar uitvalsverschijnselen heb je gelukkig nog altijd niet. Zolang er ook nog menselijke dagen tussen zitten, zou ik dus opteren om nog te wachten. Als het echt niet anders meer kan, zullen we het risico uiteindelijk toch moeten nemen, maar nu zou ik het nog niet doen.”
De dokter vertelt mij eigenlijk niets nieuws, en toch schrik ik er weer van. Wat moet ik mij voorstellen bij nóg minder mobiel? Voortgeduwd worden in een rolstoel door een bezorgde echtgenoot? En wat verstaat hij eigenlijk onder menselijke dagen? Momenten zonder pijn ken ik al tien jaar niet meer. Mijzelf wassen en aan- en uitkleden, worden met de dag moeilijker, en zijn op sommige dagen zelfs al niet meer mogelijk. Gelukkig is er nog mijn elektrische fiets (al gaat ook dat fietsen mij alsmaar moeilijker af), en schijnt af en toe de zon.
Wanneer ik thuis kom en verslag uitbreng over de consultatie, spreekt mijn ventje, die de dag ervoor te horen kreeg dat hij ander werk moet gaan zoeken, wijze woorden. “We hebben elkaar nog Kaat. En dat is nog altijd het aller, allerbelangrijkste”…



